ECLI:NL:RBDHA:2014:2897
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid en geen uitzonderlijke veiligheidssituatie in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een asielaanvraag ingediend nadat eerdere verblijfsvergunningen onder de beperking 'verblijf bij partner' waren ingetrokken en afgewezen. Hij baseerde zijn asielverzoek op werkzaamheden voor de Amerikanen en dreigbrieven van de Taliban, alsmede de dood van zijn vader door de Taliban.
De rechtbank stelt vast dat eiser gedocumenteerd en legaal Nederland is binnengekomen en dat zijn werkzaamheden voor de Amerikanen geloofwaardig zijn. Echter acht de rechtbank de dreigbrieven en de dood van zijn vader niet geloofwaardig vanwege gebrek aan bewijs en inconsistenties in het relaas.
Verweerder heeft terecht geoordeeld dat de werkzaamheden voor de Amerikanen onvoldoende zijn om als risicogroep te worden aangemerkt en dat er geen sprake is van een uitzonderlijke veiligheidssituatie in Afghanistan die subsidiere bescherming rechtvaardigt.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn asielaanvraag gegrond is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.