Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
5.Beslissing
[aangeefster]af;
Rechtbank Den Haag
Op 9 augustus 2012 vond een incident plaats waarbij de fiets en tas van het slachtoffer in een boom werden gehangen, waarna seksuele handelingen werden gepleegd door medeverdachten. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van aanranding van het slachtoffer. Tijdens de terechtzitting stelde de verdediging dat verdachte het slachtoffer voor de grap in de bil kneep zonder seksuele bedoeling en niet op de hoogte was van de seksuele voorwaarden die medeverdachten stelden.
De rechtbank oordeelde dat niet was komen vast te staan dat verdachte en medeverdachten een nauwe en bewuste samenwerking hadden om het strafbare feit te plegen. Er waren geen aanwijzingen dat verdachte betrokken was bij de handtastelijkheden van de medeverdachten en hij was niet op de hoogte van de seksuele voorwaarden voor het terugkrijgen van de fiets en tas.
De verklaringen van verdachte werden geloofwaardig geacht. De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten, welke tot op heden nihil waren begroot.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor medeplegen aanranding.