Uitspraak
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
,
Procedure
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 1997, vanwege ernstige zorgen over haar sociaal-emotionele, seksuele en morele ontwikkeling. De minderjarige is weggelopen uit huis en vertoont ontremd gedrag, is moeilijk aanspreekbaar en functioneert op een laag verstandelijk niveau. Er zijn vermoedens van een Post Traumatisch Stress Stoornis, hechtingsproblematiek en depressies, recentelijk uitmondend in een suïcidepoging.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling (art. 1:254 BW Pro) en machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:261 BW Pro) aanwezig zijn. De minderjarige verblijft momenteel op een crisisplek en het is noodzakelijk dat zij in een beschermde woonvorm gespecialiseerde hulp en diagnostisch onderzoek krijgt. De relatie tussen de minderjarige en haar vader is verstoord, waardoor terugkeer naar huis niet mogelijk is.
De vader en stiefmoeder hebben geen bezwaar tegen de maatregel, maar uitten ongenoegen over de communicatie vanuit de gezinsvoogd. De kinderrechter beveelt aan dat Bureau Jeugdzorg de vader informeert over het welzijn van de minderjarige, voor zover dit niet in strijd is met haar belang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt van 13 februari 2014 tot 13 november 2014.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst in een AWBZ-voorziening voor een periode van bijna negen maanden vanwege ernstige problematiek.