ECLI:NL:RBDHA:2014:1795
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ontbreken rechtens relevante nieuwe feiten bij verslechterde veiligheidssituatie in Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen. Zijn vierde aanvraag, gebaseerd op een verslechterde veiligheidssituatie in Irak, zijn homoseksualiteit en bekering tot het christendom, werd eveneens afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de eerdere besluiten de geloofwaardigheid van het asielrelaas, de bekering en homoseksualiteit van eiser hebben verworpen. De bij de laatste aanvraag overgelegde doopfoto's dateren van vóór het laatste besluit en kunnen daarom niet als nieuwe feiten worden beschouwd. Hoewel de veiligheidssituatie in Irak is verslechterd, blijkt uit het ambtsbericht en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat deze verslechtering niet zodanig is dat sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn.
De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens relevante nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die een inhoudelijke toetsing van het bestreden besluit rechtvaardigen. Ook het beroep op het Europees Sociaal Handvest wordt verworpen omdat dit geen afdwingbare rechten biedt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen wegens het ontbreken van rechtens relevante nieuwe feiten.