Uitspraak
VOORZIENINGENRECHTER DEN HAAG
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
S.J. van Ravenhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2014.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Syriër, diende een herhaald verzoek om internationale bescherming in na eerdere afwijzing op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde dat de nieuwe Verordening 604/2013 van toepassing is op het herhaalde verzoek, maar dat deze geen relevante wijziging van recht bevat ten opzichte van de eerdere Verordening 343/2003 met betrekking tot de afhankelijkheid van broers en zussen.
Verzoeker bracht verklaringen van zijn zus en maatschappelijk werker in, maar deze werden niet als rechtens relevante nova aangemerkt omdat ze niet tijdig waren ingebracht en op verzoek van verzoeker waren opgesteld. De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
Ook stelde de rechtbank vast dat het eerdere overdrachtsbesluit onder Verordening 343/2003 rechtskracht behoudt en dat bij afwijzing van het herhaalde verzoek geen nieuw overdrachtsbesluit met vertrektermijn nodig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herhaalde verzoek om internationale bescherming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.