ECLI:NL:RBDHA:2014:17020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van overgangs- en definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen
Eiser, een man van Angolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, gebaseerd op de overgangsregeling en definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de leeftijdscriteria van beide regelingen en niet aan de vereiste verblijfsduur. Eiser voerde aan dat de weigering een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde vanwege zijn integratie en bijzondere omstandigheden, waaronder zijn mensenhandelverleden en familieleven.
De rechtbank oordeelde dat de opgebouwde banden van eiser grotendeels tijdens illegaal verblijf zijn ontstaan, dat het relaas over mensenhandel niet aannemelijk was en dat de belangen in Angola zwaarder wogen. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, waardoor van het horen kon worden afgezien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.