ECLI:NL:RBDHA:2014:17013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en overdracht aan Cyprus op grond van Dublin-verordening
Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 1984, diende op 31 december 2013 een asielaanvraag in in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en bepaalde dat zij overgedragen zou worden aan Cyprus, omdat zij daar een geldig visum voor had en Cyprus verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar asielverzoek op grond van de Dublin-verordening.
Eiseres voerde aan dat het visum mogelijk niet echt was en dat Cyprus niet aan de minimumnormen voor opvang en behandeling van asielzoekers voldeed, mede onderbouwd met diverse rapporten over de situatie in Cyprus. Zij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast en dat de asielaanvraag in Nederland behandeld moest worden.
De rechtbank oordeelde dat het visum authentiek was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus niet was doorbroken. De aangevoerde rapporten boden onvoldoende concrete en actuele aanwijzingen voor ernstige tekortkomingen die zouden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht. Ook de mentale kwetsbaarheid van eiseres en haar persoonlijke omstandigheden rechtvaardigden geen uitzondering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de overdracht aan Cyprus werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de overdracht aan Cyprus wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.