ECLI:NL:RBDHA:2014:16953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. Hamer
- R.M.M. Kleijkers
- B.T. Nijeholt
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring EU-burger wegens doodslag en actuele bedreiging openbare orde
Eiser, een Belgische staatsburger met twee minderjarige kinderen in Nederland, is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens doodslag. Verweerder beëindigde daarop het verblijfsrecht van eiser in Nederland en verklaarde hem ongewenst op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de EU-richtlijn 2004/38/EG.
Eiser betwistte dat zijn gedrag een actuele en werkelijke bedreiging vormt en voerde aan dat zijn verblijfsbeëindiging in strijd is met zijn recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de bewezen gedragingen van eiser een voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen en dat geen feiten zijn gesteld die een vermindering van die bedreiging aannemelijk maken.
De rechtbank overwoog dat de belangenafweging tussen de openbare orde en het familie- en gezinsleven rechtvaardigt dat de verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring worden gehandhaafd. Het feit dat eiser zijn kinderen kan blijven ontmoeten buiten Nederland, weegt mee in deze beoordeling.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.