ECLI:NL:RBDHA:2014:16754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk toebrengen van zwaar letsel aan baby
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een baby, onder meer door het schudden van het kind of het in aanraking brengen met een hard voorwerp. De zaak betrof een incident van 21 september 2010 waarbij de baby ernstige hersen- en oogletsels opliep.
Tijdens de terechtzittingen op 11 april 2013 en 16 september 2014 werd uitgebreid bewijs en deskundigenrapporten besproken. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het letsel veroorzaakt was door een acceleratie/deceleratietrauma, maar kon niet met zekerheid vaststellen wanneer dit trauma had plaatsgevonden, waardoor niet kon worden bewezen dat verdachte het had veroorzaakt.
De verdediging voerde aan dat er onduidelijkheid bestond over de oorzaak van het letsel en dat niet kon worden uitgesloten dat iemand anders het letsel had toegebracht of dat het een ongeluk was. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen en sprak haar vrij.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij het letsel aan de baby heeft toegebracht.