ECLI:NL:RBDHA:2014:16626

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2014
Publicatiedatum
29 januari 2015
Zaaknummer
C/09/464416 / KG RK 14-806
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vervanging rechter ten onrechte opgevat als wrakingsverzoek

Verzoeker diende een verzetschrift in tegen een uitspraak van de bestuursrechter en vroeg vervolgens om vervanging van de behandelend rechter. De rechtbank interpreteerde dit verzoek als een wrakingsverzoek en bracht het onder bij de wrakingskamer. Tijdens de zitting wrak verzoeker de gehele wrakingskamer omdat een lid eerder zaken van hem had behandeld en partijdig zou zijn.

De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat een lid eerder zaken van verzoeker behandelde, zonder nadere motivering van partijdigheid, geen wrakingsgrond vormt. Het verzoek werd daarom als kennelijk misbruik van het wrakingsmiddel buiten behandeling gelaten. Verzoeker verklaarde dat zijn brief niet als wrakingsverzoek bedoeld was, maar als verzoek tot vervanging.

De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ten onrechte als wrakingsverzoek was opgevat en dat het proces in de hoofdzaak moet worden voortgezet zoals het was. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2014.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt buiten behandeling gelaten en het proces wordt voortgezet met de oorspronkelijke rechter.

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2014/16
zaak-/rekestnummer: C/09/464416/KG RK 14-806
nummer hoofdzaak: SGR 13 / 9905 WWB
datum beschikking: 12 mei 2014
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot vervanging van de behandelend rechter in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
strekkende tot vervanging van:
Mr. E.I. BATELAAN-BOOMSMA,
rechter in de rechtbank Den Haag,
de rechter.
Belanghebbende is:
het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg.

1.De voorgeschiedenis en het procesverloop

Verzoeker heeft op 25 maart 2014 een verzetschrift ingediend tegen de enkelvoudig gewezen uitspraak van de bestuursrechter van deze rechtbank van 6 februari 2014, waarbij het beroep van verzoeker ongegrond is verklaard. Bij brief van 9 april 2014 is verzoeker bericht dat zijn verzetschrift op donderdag 1 mei 2014 zal worden behandeld ten overstaan van mr. Batelaan-Boomsma.
Verzoeker heeft vervolgens bij brief van 14 april 2014 verzocht zijn verzetzaak door een andere rechter te laten behandelen. De administratie van de rechtbank heeft dit verzoek als een wrakingsverzoek opgevat, vanwege de opgegeven reden voor het verzoek om vervanging van de behandelend rechter, te weten dat de rechter niet geschikt zou zijn de zaak te behandelen.

2.De mondelinge behandeling van het verzoek

2.1.
Op 28 april 2014 is het verzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker en de rechter zijn verschenen.
2.2.
Bij het begin van de zitting heeft verzoeker mondeling de gehele wrakingskamer gewraakt. Als grond daarvoor heeft verzoeker aangevoerd dat mr. Verbeek deel uitmaakt van deze wrakingskamer en mr. Verbeek al eerder zaken van verzoeker heeft behandeld en hij daarbij buitengewoon partijdige en foutieve uitspraken heeft gedaan, aldus verzoeker.
2.3
Na beraad heeft de wrakingskamer ter zitting als beslissing meegedeeld dat laatstgenoemd wrakingsverzoek buiten behandeling wordt gelaten. De enkele omstandigheid dat één van de leden van de wrakingskamer eerder een of meerdere zaken van verzoeker heeft behandeld kan, zonder nadere motivering waarom hieruit partijdigheid van de betreffende rechter, laat staan van de gehele wrakingskamer, zou blijken, niet als wrakingsgrond worden opgevat. Het verzoek tot wraking van de wrakingkamer kan daarom niet anders worden beschouwd dan als kennelijk misbruik van het rechtsmiddel wraking.
2.4.
Na afloop van de wrakingszitting heeft verzoeker zijn mondelinge verzoek tot wraking van de wrakingskamer op schrift gesteld en bij brief van 28 april 2014 aan de wrakingskamer toegezonden. De wrakingskamer heeft echter reeds op het verzoek beslist (zie overweging 2.3.), zodat de inhoud van de brief buiten beschouwing blijft.

3.Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat zijn brief van 14 april 2014 niet is bedoeld als een wrakingsverzoek, maar enkel als verzoek tot vervanging van de behandelend rechter. Als het verzoek tot vervanging niet wordt toegewezen, zal verzoeker een eventueel wrakingsverzoek laten afhangen van de antwoorden van de rechter op een aantal vragen die hij haar, bij gelegenheid van de inhoudelijke behandeling van het verzetschrift, zal stellen.

4.De beoordeling

Nu de brief van verzoeker van 14 april 2014 door de rechtbank ten onrechte is opgevat als een verzoek tot wraking, behoeft de wrakingskamer verder niets meer te beslissen. Het proces in de hoofdzaak dient te worden voortgezet.

5.De beslissing

De wrakingskamer:
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de ontvangst van de brief van verzoeker van 14 april 2014,
- beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
• de verzoeker,
• de belanghebbende,
• de rechter mr. E.I. Batelaan-Boomsma.
Deze beslissing is gegeven door mrs. K.M. Braun, G.P. Verbeek en M. Knijff, rechters, in tegenwoordigheid van J. Kriense Lokker als griffier en in het openbaar uitgesproken op
12 mei 2014.