ECLI:NL:RBDHA:2014:16011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens schending Dublinprocedure
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 30 januari 2014 een asielaanvraag in nadat hij zich op 6 december 2013 bij de Nederlandse autoriteiten had gemeld. Verweerder wees de aanvraag af omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat hij na zijn aanvraag langer dan drie maanden buiten de EU verbleef, waardoor België niet langer verantwoordelijk zou zijn en dat verweerder de Belgische autoriteiten onvoldoende had geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had getoetst aan de ingetrokken Dublin II-verordening in plaats van de geldende Dublin III-verordening, maar dit gebrek passeerde zij. Cruciaal was dat eiser voorafgaand aan het terugnameverzoek onvoldoende gelegenheid had gekregen om relevante feiten en bewijsmiddelen aan te dragen. Het gehoor op 6 december 2013 was beperkt en informeerde niet over de Dublinprocedure of de mogelijkheid om bewijs te leveren.
Hierdoor was het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht genomen en werd het vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €974,- ten behoeve van de rechtsbijstandverlener van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende gelegenheid voor eiser om relevante feiten in de Dublinprocedure naar voren te brengen.