ECLI:NL:RBDHA:2014:16001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering overplaatsing gedetineerde naar andere inrichting
Eiser, een Belgische gedetineerde die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zestien jaar uitzit, verzoekt de rechtbank om hem over te plaatsen van P.I. Ter Apel naar P.I. Middelburg, locatie Torentijd, dichter bij zijn sociale omgeving. Hij stelt dat zijn plaatsing in Ter Apel een onrechtmatige inbreuk vormt op zijn recht op family life en verwijst naar artikel 2 van Pro de Penitentiaire beginselenwet en artikel 8 EVRM Pro.
De Staat voert verweer en benadrukt dat eiser reeds een procedure bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft doorlopen, die als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang geldt. De RSJ heeft meerdere keren de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat zolang een adequate rechtsgang openstaat, de civiele rechter niet ontvankelijk is in een dergelijke vordering.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de procedure bij de RSJ niet voldoende rechtsbescherming biedt of dat er sprake is van een spoedeisend belang dat een civiele procedure rechtvaardigt. Bovendien heeft hij na de laatste afwijzing geen beroep meer ingesteld bij de RSJ. De rechtbank verklaart eiser daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering tot overplaatsing en wijst ook zijn verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot overplaatsing en zijn schadeverzoek is afgewezen.