Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
US IP counselkomt als 'externe tijd' niet voor vergoeding in aanmerking.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure tussen Ablynx N.V. en Unilever N.V. e.a. heeft de rechtbank Den Haag op 31 december 2014 een deelvonnis gewezen over de proceskosten. De rechtbank wijst de vorderingen van Ablynx af en veroordeelt haar in de proceskosten aan de zijde van Unilever, waarbij een bedrag van € 94.686,17 voor de hoofdzaak en € 6.800 voor het tweede incident wordt toegewezen. De beslissing over overige proceskosten wordt aangehouden.
De procedure betrof een geschil over de specificatie en redelijkheid van door Unilever gevorderde proceskosten, waaronder advocatenkosten en kosten van een octrooigemachtigde. Ablynx stelde dat de specificatie onvoldoende concreet was en dat de kosten excessief en niet redelijk evenredig waren. De rechtbank oordeelde dat Unilever terecht gelegenheid had gekregen om de specificatie aan te vullen en dat de bezwaren van Ablynx deels ongegrond waren.
De rechtbank gelastte een comparitie van partijen om te onderzoeken of overeenstemming kan worden bereikt over de redelijkheid van het aantal bestede uren en de vergoeding daarvan. Tevens werd de zaak verwezen naar de rol voor het bepalen van datum en tijdstip van deze comparitie. Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Ablynx wordt veroordeeld in proceskosten ten gunste van Unilever, met aanhouding over betwiste kosten en gelaste comparitie.