ECLI:NL:RBDHA:2014:15956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan uitgeprocedeerd gezin wegens disproportionele belangenafweging
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een uitgeprocedeerd gezin tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel verplichtte het gezin om te verblijven in de gemeente Den Helder, met als doel het waarborgen van medische behandelingen.
De rechtbank overwoog dat artikel 56 Vw Pro alleen toepassing vindt indien het belang van de openbare orde of nationale veiligheid dit vereist. Verweerder had de maatregel opgelegd met verwijzing naar het gevaar dat het gezin zich aan uitzetting zou onttrekken en het ontbreken van een alternatief voor opvang. Echter, de rechtbank constateerde dat de maatregel feitelijk was opgelegd om onderdak te bieden en medische zorg te waarborgen, wat geen zelfstandige grond is voor vrijheidsbeperking.
De belangenafweging van verweerder ontbrak aan proportionaliteit en subsidiariteit. De situatie van het gezin was niet veranderd sinds een eerdere uitspraak waarin een soortgelijke maatregel werd vernietigd. De rechtbank concludeerde dat de maatregel onrechtmatig was en beval onmiddellijke opheffing. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt onmiddellijke opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel wegens schending van proportionaliteit en subsidiariteit.