ECLI:NL:RBDHA:2014:15955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking rechter-commissaris over verstrekking camerabeelden en processtukken aan raadsman verdachte
In deze strafzaak verzocht de raadsman van de verdachte om verstrekking van camerabeelden op een gegevensdrager. De officier van justitie weigerde dit aanvankelijk vanwege privacyoverwegingen, omdat op de beelden ook derden zichtbaar zijn die niet bij het incident betrokken zijn. De raadsman diende daarop een bezwaarschrift in bij de rechter-commissaris.
De rechter-commissaris beoordeelde het bezwaar en stelde vast dat de beelden processtukken zijn waarvan de verdachte kennis moet kunnen nemen. Hoewel de privacy van derden een belang is, weegt dit in dit geval niet zwaarder dan het belang van de verdachte om het dossier volledig te kunnen inzien. De raadsman heeft bovendien verklaard de gegevensdrager na afloop van de zaak te retourneren en niet aan derden te verstrekken.
De officier van justitie werd opgedragen de gevraagde gegevensdragers binnen 14 dagen aan de raadsman te verstrekken. Tevens werd bepaald dat stukken van het LUMC verstrekt zullen worden zodra deze beschikbaar zijn. De beschikking benadrukt dat de gedragsregels van de advocatuur waarborgen bieden tegen ongeoorloofde openbaarmaking van processtukken.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de officier van justitie wordt opgedragen de camerabeelden binnen 14 dagen aan de raadsman te verstrekken.