ECLI:NL:RBDHA:2014:15778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging maatregel plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens onvoldoende belang voor verdere ontwikkeling
De rechtbank Den Haag behandelde op 11 december 2014 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) voor een veroordeelde geboren in 1992. De maatregel was opgelegd wegens meervoudige mishandeling, waaronder tegen zijn vader. De officier van justitie vroeg om verlenging met zes maanden, gesteund op een advies van deskundigen van de Justitiële Jeugdzorginstelling Het Keerpunt.
Tijdens de raadkamer hoorde de rechtbank de veroordeelde, die zich verzette tegen verlenging en aangaf geen perspectief te zien binnen de inrichting. Hij bood aan ambulante begeleiding te accepteren en had een baan en opleiding in het vooruitzicht buiten de inrichting. De officier van justitie wijzigde haar vordering naar afwijzing, stellende dat ondanks een verhoogd recidiverisico door zorgsignalen, het onduidelijk is wanneer resocialisatie buiten de inrichting kan worden hervat.
De rechtbank overwoog dat verlenging van de PIJ-maatregel alleen mogelijk is indien de veiligheid van anderen dit eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. Hoewel het recidiverisico verhoogd is, achtte de rechtbank verlenging niet in het belang van de verdere ontwikkeling vanwege de weerstand van de veroordeelde en het ontbreken van perspectief binnen de inrichting. De vordering tot verlenging werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af omdat verlenging niet langer in het belang is van de verdere ontwikkeling van de veroordeelde.