ECLI:NL:RBDHA:2014:15771
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging homoseksuele asielzoeker uit Marokko
Eiser, een homoseksuele man van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor vervolging in Marokko vanwege zijn seksuele geaardheid. Na eerdere vernietiging van een afwijzend besluit, wees de rechtbank het beroep af omdat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de situatie in Marokko en de persoonlijke omstandigheden van eiser.
Verweerder had eiser de gelegenheid gegeven zijn beoogde wijze van uiting van zijn seksuele geaardheid in Marokko toe te lichten. Uit landeninformatie bleek dat hoewel homoseksuele handelingen strafbaar zijn in Marokko, deze strafbepalingen zelden worden toegepast en vervolging incidenteel voorkomt. De maatschappelijke acceptatie is beperkt maar niet zodanig dat dit leidt tot gegronde vrees voor vervolging.
Eiser had onvoldoende concreet bewijs overgelegd dat hij bij terugkeer vervolgd zou worden of ernstige maatschappelijke uitsluiting of geweld zou ondervinden. Ook de stelling dat zijn recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro) zou worden geschonden, werd verworpen omdat het niet aannemelijk was dat hij zijn seksuele geaardheid niet zou kunnen uiten zoals hij voornemens is.
De rechtbank oordeelde dat het enkel feit dat normen rond homoseksualiteit in Marokko anders zijn dan in Nederland niet leidt tot een verblijfsvergunning asiel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.