ECLI:NL:RBDHA:2014:15661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële vergoedingen voor vervoersvoorzieningen aan gewezen militair
Eiser, een gewezen militair met aandoeningen aan gewrichten en hart, vroeg vergoedingen voor vervoersvoorzieningen, waaronder een scootmobiel en een auto die de scootmobiel kan vervoeren. Deze aanvragen werden door verweerder, de minister van Defensie, afgewezen en de bezwaren werden ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat zijn mobiliteit verslechterd is en dat hij niet in staat is 100 meter te lopen vanwege zijn hartproblematiek en ontstekingen aan zijn onderbeen. Verweerder baseerde zijn standpunt op medische adviezen van een verzekeringsarts die concludeerde dat eiser meer dan 800 meter kan lopen en het openbaar vervoer kan gebruiken. De huidaandoening en prostaatproblemen van eiser werden niet toegerekend aan de dienstverbandaandoening.
De rechtbank vond geen reden om het oordeel van de verzekeringsarts te betwijfelen en zag geen noodzaak voor een onafhankelijk medisch onderzoek. De medische gegevens ondersteunden niet dat eiser niet 100 meter kan lopen of dat de ontstekingen aan zijn onderbeen verband houden met de dienstverbandaandoening.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werden de vergoedingen niet toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de vergoedingen voor vervoersvoorzieningen.