Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 2 juli 2014, met producties;
- het op 28 augustus 2014 ingekomen verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
Op 24 oktober 2011 raakte verzoeker, een vrachtwagenbestuurder, bekneld met zijn hoofd tussen een pallet en de zijkant van een oplegger tijdens het lossen met een pallettruck bestuurd door een werknemer van Hoitsema. Verzoeker stelde Hoitsema aansprakelijk voor het ongeval. Reaal, de verzekeraar van Hoitsema, erkende gedeeltelijke aansprakelijkheid (60%).
De rechtbank oordeelde dat vaststaat dat de werknemer van Hoitsema onzorgvuldig handelde door pallets te verplaatsen terwijl verzoeker nog in de oplegger was en dat Hoitsema als werkgever aansprakelijk is op grond van artikel 6:170 BW Pro. Verweersters stelden eigen schuld van verzoeker, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs hiervoor en wees dit verweer af.
De rechtbank besloot dat de zaak zich leent voor een deelgeschilprocedure en dat nadere bewijslevering niet nodig was. De kosten van het deelgeschil werden begroot op €3.912, inclusief wettelijke rente, en verweersters werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling hiervan. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Hoitsema is volledig aansprakelijk voor het ongeval en verweersters worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten.