ECLI:NL:RBDHA:2014:15003
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor nationale veiligheid
Verzoeker kreeg op 8 juli 2014 zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken wegens een gevaar voor de nationale veiligheid, gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de AIVD. Tevens werd een inreisverbod van 20 jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van de intrekking en het uitzettingsverbod tot vier weken na beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoeker door het besluit niet langer rechtmatig in Nederland verbleef en dreigde te worden uitgezet. Hoewel verweerder stelde dat verzoeker in voorarrest zat en dat uitzetting pas na 1 december 2014 aan de orde zou zijn, achtte de rechter dit geen beletsel voor de voorlopige voorziening. Tevens speelde mee dat verzoeker nog niet in persoon was gehoord in de bezwaarprocedure, wat volgens de rechter niet via Skype mocht worden vervangen zonder toestemming.
De voorzieningenrechter vond dat het bezwaar kans van slagen kon hebben, omdat verweerder zich baseerde op het ambtsbericht zonder de onderliggende stukken aan verzoeker te verstrekken, waardoor verzoeker in zijn verdediging werd belemmerd. Gezien deze belangenafweging werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder werd verboden verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar was beslist.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe.