ECLI:NL:RBDHA:2014:14953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op toelating zout water in natuurgebied Rammegors
Eiseressen, bestaande uit meerdere besloten vennootschappen, vorderden in kort geding een verbod op het openen van schuiven onder de Krabbenkreekdam om zout water in natuurgebied Rammegors toe te laten. Zij stelden dat de vergunningen die Rijkswaterstaat voor het project had verkregen onrechtmatig waren verleend en dat opening van de schuiven onomkeerbare schade zou veroorzaken.
De rechtbank stelde vast dat de vergunningen onherroepelijk en formeel rechtsgeldig waren geworden nadat de Raad van State beroepen tegen deze vergunningen niet-ontvankelijk had verklaard. Hierdoor werd aangenomen dat de vergunningen rechtmatig waren. Tevens faalden de vorderingen vanwege het ontbreken van het relativiteitsvereiste, omdat de norm ter bescherming van andere bestuursorganen geldt en niet voor de belangen van eiseressen.
Daarnaast konden eiseressen onvoldoende belang aantonen bij hun vorderingen, mede omdat zij besloten vennootschappen zijn met vermoedelijk commerciële belangen en geen ideëel of algemeen belang. De rechtbank wees daarom de vorderingen af en veroordeelde eiseressen in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op het toelaten van zout water in het Rammegors af en veroordeelt eiseressen in de proceskosten.