ECLI:NL:RBDHA:2014:14505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijk verklaring vordering opheffing lijfsdwang wegens beschikbare strafrechtelijke rechtsgang
Eiser, veroordeeld in België tot een gevangenisstraf en verbeurdverklaring wegens drugshandel, wordt geconfronteerd met de tenuitvoerlegging van een ontnemingsmaatregel in Nederland. De Staat heeft lijfsdwang opgelegd wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen. Eiser betoogt dat hij buiten staat is te betalen en verzoekt de lijfsdwang op te heffen of te schorsen. Hij stelt dat hij slechts een Wajong-uitkering heeft en geen inkomsten uit zijn ondernemingen.
De rechtbank overweegt dat eiser niet ontvankelijk is omdat voor het opheffen van lijfsdwang een specifieke strafrechtelijke procedure beschikbaar is (artikel 577c lid 7 Sv). Hoewel eiser meent dat hij deze procedure niet kan afwachten, heeft hij geen formeel verzoek ingediend en had zijn advocaat dit moeten doen. De rechtbank acht het aannemelijk dat de strafrechtelijke procedure spoedig kan worden behandeld.
Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van een formeel verzoek, verklaart de rechtbank eiser niet ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten. De beslissing is in kort geding genomen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot opheffing van lijfsdwang wegens beschikbaarheid van strafrechtelijke rechtsgang.