Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 november 2014
[verzoeker],
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Het procesverloop
18 juni 2014 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
7 november 2014. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. J.S. Visser, kantoorgenoot van verzoekers gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.P Guérain.
De beoordeling
20 oktober 2014, en derhalve voordat een besluit tot overdracht is genomen, verzoeker in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en zijn eventuele bezwaren tegen een overdracht aan Italië naar voren te brengen. Van dit gehoor, en van het aanmeldgehoor, is aan verzoeker en diens gemachtigde vervolgens een rapport verstrekt, waarop op
21 oktober 2014 correcties en aanvullingen zijn gegeven. Daarmee is voldaan aan de vereisten die artikel 5 van Pro de Dublinverordening stelt.
13. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Verweerder heeft zich daartoe terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek onvoldoende concreet is en onvoldoende is onderbouwd.