Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de meervoudige kamer van 28 oktober 2014
[eiser],
van Turkse nationaliteit,
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf van Turkse nationaliteit, verzocht de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om opvang en leefgeld, omdat hij niet verplicht wil worden zich te melden voor opvang in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL). De Staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat opvang in een VBL voldoet aan de zorgplicht en dat van eiser verwacht mag worden hier gebruik van te maken.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is kennis te nemen van het beroep, aangezien het gaat om feitelijk handelen van verweerder in het kader van de Vreemdelingenwet 2000. Materieel overweegt de rechtbank dat opvang in een VBL, ondanks de vrijheidsbeperkende maatregel, passend is omdat eiser de plicht heeft Nederland te verlaten en hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer onmogelijk is.
Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel en op eerdere jurisprudentie en maatregelen wordt niet gevolgd. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om andere opvang en leefgeld af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om buitenwettelijke opvang en leefgeld wordt afgewezen.