ECLI:NL:RBDHA:2014:1285

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2014
Publicatiedatum
4 februari 2014
Zaaknummer
09/797395-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 321 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verduistering van ruim 421.000 euro als administrateur van verenigingen van eigenaren

De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor verduistering van ongeveer 421.447 euro van twee verenigingen van eigenaren, de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en de Vereniging van Eigenaars Van een straat 1-275, gepleegd in de periode van 1 januari 2004 tot en met 13 december 2011.

Verdachte was jarenlang administrateur van deze verenigingen en genoot volledig vertrouwen. Hij maakte zonder recht of titel aanzienlijke bedragen over naar rekeningen ten gunste van zichzelf en zijn bedrijven. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het geld wederrechtelijk heeft toegeëigend uit hoofde van zijn dienstbetrekking als administrateur.

De verdediging voerde aan dat verdachte niet als bestuurder kon worden aangemerkt en vroeg om een werkstraf of een deels voorwaardelijke straf. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat gezien de ernst, de lange duur en het bedrag van de verduistering een gevangenisstraf passend is. Verdachte toonde weinig berouw en gaf vooral blijk van spijt over het feit dat hij betrapt werd.

De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen, maar vond dat dit onvoldoende woog tegen de ernst van het feit en de grote financiële schade voor de verenigingen. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens verduistering van ruim 421.000 euro.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/797395-13
Datum uitspraak: 4 februari 2014
Tegenspraak
(Promis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1953 te [geboorteplaats],
[adres]

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 21 januari 2014.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. A.M. de Koning, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 13 december 2011 te Delft opzettelijk in totaal een bedrag van (ongeveer) 421.447 euro (waarvan 287.447,17 van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete), althans meermalen (telkens) een of meer geldbedrag(en), althans enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en/of de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 (e.a.), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als administrateur en/of bestuurder, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

3.Bewijsoverwegingen

3.1
Inleiding [1]
Verdachte heeft bij de politie [2] en ter terechtzitting [3] bekend dat hij in de tenlastegelegde periode geld heeft verduisterd van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 door geld van de rekening van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en van de rekening van de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 over te maken naar andere rekeningen ten gunste van hemzelf.
Op basis van voornoemde verklaringen van verdachte, de aangifte van [penningmeester], penningmeester van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete [4] en de aangifte van [bestuurbeheerder], bestuurbeheerder van de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 [5] , in combinatie met de door die aangevers verstrekte afschriften van respectieve rekeningen van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete [6] en van de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 [7] , stelt de rechtbank vast dat verdachte ongeveer 421.447,- euro heeft verduisterd van voornoemde verenigingen.
De vraag die de rechtbank thans nog dient te beantwoorden in het kader van de tenlastelegging is of verdachte dit geld heeft verduisterd uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als administrateur en/of bestuurder van voornoemde verenigingen.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
Het feit dat aan verdachte ten laste is gelegd kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De officier van justitie is van mening dat verdachte geld heeft verduisterd uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking.
3.3
Het standpunt van de verdediging
Volgens de raadsvrouw blijkt uit het dossier niet dat verdachte bestuurder is geweest van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete. Er zijn daarvoor ook geen andere aanwijzingen. Uit artikel 41 van Pro het reglement van splitsing blijkt ook niet dat verdachte als bestuurder kan worden aangemerkt. Derhalve dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging.
De raadsvrouw heeft verder geen bewijsverweren naar voren gebracht.
3.4
De beoordeling van de tenlastelegging met betrekking tot de arbeidsrelatie tussen verdachte en de verenigingen van eigenaars
De rechtbank stelt vast dat uit de aangiftes van [penningmeester] [8] en [bestuurbeheerder] [9] voornoemd blijkt, dat verdachte in het kader van een overeenkomst van opdracht is opgetreden als administrateur van de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en van de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 en niet als bestuurder. De administrateur vervult, naar het oordeel van de rechtbank, geen ondergeschikte rol ten opzichte van (het bestuur van) de vereniging van eigenaren. Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van het onderdeel:
uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking.
Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, als administrateur, schuldig heeft gemaakt aan verduistering van een bedrag van ongeveer 421.447,- euro.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart, met verbetering van type- en taalfouten, waardoor verdachte niet in zijn belangen wordt geschaad, bewezen dat verdachte:
op tijdstippen
inde periode van 01 januari 2004 tot en met 13 december 2011 te Delft opzettelijk een bedrag van ongeveer 421.447 euro, dat toebehoorde aan de Hoofdvereniging van Eigenaars Essen Staete en de Vereniging van Eigenaars Van [a-straat] 1-275 (e.a.), welk goed verdachte als administrateur onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

4.De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf verdachte ernstig beperkt in zijn mogelijkheden om inkomen te verwerven. Daardoor zal het voor hem ook niet mogelijk zijn om de door hem ontvreemde gelden terug te betalen aan de rechthebbenden.
De raadsvrouw heeft bepleit om aan verdachte een beperkte (werk)straf op te leggen of om een straf op te leggen met daarvan een groot deel voorwaardelijk.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte is jarenlang administrateur van de twee betreffende verenigingen van eigenaren geweest. Binnen beide organisaties werd hij volkomen vertrouwd. Als administrateur heeft hij over aanzienlijke middelen van deze verenigingen kunnen beschikken. Hij heeft grote aan die verenigingen toebehorende bedragen verduisterd door deze zonder recht of titel over te maken naar andere rekeningen, waaronder rekeningen van zijn eigen bedrijven, maar in ieder geval ten gunste van zichzelf.
Verdachte heeft ter terechtzitting gezegd dom te hebben gehandeld; met zijn houding geeft hij de indruk het vooral erg te vinden dat hij betrapt is. Van spijt van wat hij heeft aangericht, viel niet veel te merken. Ter zitting bleek dat verdachte de door hem ontvangen vergoeding voor zijn assurantieportefeuille weliswaar heeft gebruikt om een klein deel van zijn schuld af te lossen, maar dat hij nog pensioenverzekeringen heeft lopen die mogelijk afkoopbaar zijn. De rechtbank heeft niet de indruk dat verdachte van plan was deze verzekeringen aan te wenden voor het aflossen van zijn schulden, te meer niet nu verdachte tegenover de politie heeft verklaard dat hij niets meer had, ook geen pensioen. Aldus maakt verdachte niet de indruk werkelijk verantwoordelijkheid te willen nemen voor zijn daden.
Door het handelen van verdachte hebben de beide verenigingen enorme financiële schade opgelopen en zij zullen nog zeer lang de gevolgen hiervan ondervinden. Aldus heeft verdachte het in hem gestelde vertrouwen zeer ernstig geschonden. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.
De rechtbank neemt in het voordeel van verdachte in aanmerking dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 23 december 2013 niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.
Gelet op de lange periode van bijna 8 jaar waarin het feit is gepleegd, de hoogte van het verduisterde bedrag en de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en daarom niet in aanmerking komt. Alleen een gevangenisstraf van enige duur is passend en geboden. De rechtbank zal dan ook een gevangenisstraf van na te noemen duur opleggen.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 57 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank,
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
verduistering, meermalen gepleegd;
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
12 (TWAALF) MAANDEN.
Dit vonnis is gewezen door
mr. N.F.H. van Eijk, voorzitter,
mrs. J. Eisses en W.N.L. Donker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2014.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1581 2012115627, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 326).
2.Proces-verbaal verhoor verdachte[verdachte], pagina’s 67 tot en met 69.
3.Proces-verbaal ter terechtzitting van 21 januari 2014.
4.Proces-verbaal aangifte [penningmeester], pagina’s 9 tot en met 39.
5.Proces-verbaal aangifte [bestuurbeheerder], pagina’s 44 tot en met 61.
6.Proces-verbaal van bevindingen (bijlage), pagina’s 76 tot en met 205.
7.Proces-verbaal van bevindingen (bijlage), pagina’s 208 en 229 tot en met 325 en Proces-verbaal van bevindingen (bijlage), pagina’s 57 tot en met 59.
8.Proces-verbaal aangifte [penningmeester], pagina 9.
9.Proces-verbaal aangifte [bestuurbeheerder], pagina’s 44 tot en met 61.