Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
09/715042-12
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
post 1beloopt het bedrag van € 15.037,15 en betreft de gespecificeerde, overgelegde nota van Meersorgh Uitvaartzorg van 31 december 2011. Onderdeel van die nota is een bedrag van € 8.448,45 met de vermelding “nota begraafplaats”. Dat betreft, zo begrijpt de rechtbank, de doorbelaste nota van Yarden van 29 november 2011 van € 8.448,45, zoals die eveneens is overgelegd. Uit de specificatie van die nota volgt dat een onderdeel van dat bedrag ziet op “grafrecht particulier graf, afkoop onderhoud familiegraf” voor de periode van 28/11/2011 t/m 28/11/2051 ad € 5.352,--. Nu deze kosten, mede gelet op post 3, kennelijk niet betrekking hebben op de overledene maar op een familiegraf, betreffen dit geen kosten die op de voet van artikel 6:108 BW Pro voor vergoeding in aanmerking komen. Voor het overige, namelijk voor een bedrag van € 9.685,15 zal post 1 worden toegewezen.
5 t/m 8zullen worden afgewezen, nu dit geen kosten van de lijkbezorging betreffen. De posten 5 en 6 zien namelijk op medische kosten van nabestaanden, terwijl post 7, voor zover zich laat afleiden uit de overgelegde facturen, ziet op na de lijkbezorging gemaakte kosten. Wat betreft post 8 is niet toegelicht waarom een eigen risico betreffende Delta Loyd dient te worden vergoed, terwijl de raadsman van de benadeelde partij heeft toegelicht dat er geen vergoeding heeft plaatsgevonden via een uitvaartverzekering.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
12 (twaalf) MAANDEN;
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
240 (tweehonderdveertig) UREN;
120 (honderdtwintig) DAGEN;
5 (vijf) JAREN;
2 (twee) JAREN;