ECLI:NL:RBDHA:2014:12473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig nemen dwangsombesluiten en ongegrondverklaring beroepen tegen dwangsombesluiten
Eiser stelde beroep in wegens het niet tijdig nemen van dwangsombesluiten door het college van Procureurs-Generaal en de minister van Veiligheid en Justitie, naar aanleiding van zijn verzoeken van 31 januari 2014. Verweerders namen op 25 juni 2014 dwangsombesluiten en verklaarden bij besluiten van 17 september 2014 de bezwaren ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van dwangsombesluiten niet-ontvankelijk is, omdat verweerders inmiddels dwangsombesluiten hadden genomen en eiser daardoor geen belang meer had. Tevens werden de beroepen tegen de dwangsombesluiten van 25 juni 2014 niet-ontvankelijk verklaard, omdat verweerders vóór uitspraak op bezwaren hadden beslist.
Ten aanzien van het verzoek om inzage in het strafdossier werd vastgesteld dat verweerder 1 terecht een dwangsom van € 60,- had vastgesteld, zonder wettelijke rente. Verweerder 2 had terecht geoordeeld dat zijn reactie op het verzoek om opgave van detentieplaatsen geen besluit in de zin van de Awb was, zodat geen dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank onderschreef het standpunt van verweerders dat het nemen van een dwangsombesluit geen besluit op aanvraag is en dat voor het niet tijdig nemen daarvan geen dwangsom verbeurd raakt. De beroepen tegen de besluiten van 17 september 2014 werden ongegrond verklaard. Verweerders werden opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig nemen van dwangsombesluiten en tegen de dwangsombesluiten zelf zijn niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de besluiten van 17 september 2014 zijn ongegrond.