ECLI:NL:RBDHA:2014:12399
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Tj. Gerbranda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over veiligheidssituatie in Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker afkomstig uit Zakho in de provincie Duhok, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees had voor vervolging of een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser voerde aan dat de veiligheidssituatie in Irak, en met name in de Koerdische Autonome Regio, sinds het meest recente ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken sterk was verslechterd door de opmars van IS en de militaire conflicten in de regio. Hij stelde dat de provincie Duhok niet veilig was en dat de beoordeling van verweerder onvoldoende was gemotiveerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de provincie Duhok niet onder een uitzonderlijke geweldssituatie viel zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3º, van de Vreemdelingenwet 2000. Gezien de onvoorspelbaarheid en de verslechterde veiligheidssituatie, mede door de betrokkenheid van Koerdische troepen en de aanwezigheid van ontheemden, werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Tj. Gerbranda op 9 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.