ECLI:NL:RBDHA:2014:12202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod voor settled migrant wegens onvoldoende motivering
Eiser, van Zaïrese nationaliteit en sinds zijn tweede jaar onafgebroken in Nederland, kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege een gevangenisstraf voor geweldsdelicten. De rechtbank oordeelt dat eiser een 'settled migrant' is en dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in het arrest Balogun stelt dat voor zulke migranten very strong reasons nodig zijn om een inreisverbod te rechtvaardigen.
Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende rekening gehouden met deze jurisprudentie en gaf onterecht groot gewicht aan het feit dat eiser slechts vier jaar rechtmatig verblijf had. Ook werden de sociale en familiale banden van eiser met Nederland onvoldoende erkend. De rechtbank vernietigt daarom het inreisverbod en de daaropvolgende besluiten die hierop steunden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de schrijnende situatie van eisers moeder, die inmiddels een verblijfsvergunning heeft, niet kan worden genegeerd in de belangenafweging. Verweerder moet een nieuw besluit nemen binnen zes weken, waarbij de belangen van eiser als settled migrant en zijn gezinsleven adequaat worden meegewogen.
De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het opgelegde inreisverbod aan eiser wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvoldoende rekening houden met zijn status als settled migrant.