ECLI:NL:RBDHA:2014:12116
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van onvoldoende bewijs en geen 15c-situatie in Bagdad
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in die telkens werden afgewezen. Na een laatste afwijzing op 23 juli 2014, stelde hij beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De rechtbank toetste het besluit aan de hand van de beroepsgronden en de jurisprudentie omtrent herhaalde asielaanvragen.
De rechtbank stelde vast dat de overlijdensakte van de broer vals was en dat eerdere stukken zoals processen-verbaal en krantenartikelen reeds in eerdere procedures waren beoordeeld, waardoor geen sprake was van nieuwe feiten die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. Wel erkende de rechtbank dat de algemene veiligheidssituatie in Irak was verslechterd door de opkomst van IS.
Echter, de rechtbank concludeerde dat IS geen controle heeft over Bagdad, de woonplaats van verzoeker, en dat er geen sprake is van een 15c-situatie zoals bedoeld in de Europese Definitierichtlijn. Incidenten en aanslagen in Bagdad werden erkend maar onvoldoende geacht voor een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.