ECLI:NL:RBDHA:2014:11664
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gegronde vrees vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die hem op 5 september 2014 had gehoord in een strafzaak waarbij hij werd verdacht van ronselen voor de gewapende strijd met terroristisch oogmerk en opruiing tegen het openbaar gezag met terroristisch oogmerk. De wraking werd ingesteld vanwege een uitlating van de rechter-commissaris waarin zij stelde dat de ideologie die verzoeker aanhangt leidt tot strafbare feiten die 'wij allen verafschuwen'.
De rechter-commissaris erkende de woorden te hebben gebruikt maar nuanceerde deze later en stelde dat zij verzoeker respecteert in zijn ideologie, hoewel zij ook het maatschappelijk verafschuwen van de strafbare feiten benadrukte. De officier van justitie stelde dat de rechter-commissaris belast blijft met de zaak.
De wrakingskamer oordeelde dat de uitlatingen van de rechter-commissaris een oordeel bevatten over een wezenlijk onderdeel van de zaak zonder voorbehoud, waardoor een objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid bij verzoeker bestaat. De nuance van de rechter-commissaris deed hieraan niet af. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en bepaald dat de zaak door een andere rechter-commissaris wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid, waarna de zaak wordt voortgezet door een andere rechter-commissaris.