ECLI:NL:RBDHA:2014:11244
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontruiming krakers Huis ter Horst vanwege hypotheekopzegging en verkoopbelangen
In deze zaak vordert [A], eigenaar van het landhuis Huis ter Horst, de ontruiming van krakers die zonder recht of titel het pand bewonen. De krakers beroepen zich op huisrecht en stellen dat zij het pand onderhouden en bewaken. De voorzieningenrechter overweegt dat het kraken onrechtmatig is en strafbaar volgens artikel 138a Sr, en dat het huisrecht uit het EVRM in beginsel verticale werking heeft, maar hier de proportionaliteit van ontruiming kan worden getoetst.
Hoewel het pand niet onveilig of overlastgevend wordt bewoond, zijn er drie zwaarwegende omstandigheden: de hypotheek op het pand is opgezegd, de bank wil het pand onderhands verkopen en daarvoor ontruiming om opknapwerkzaamheden mogelijk te maken, het pand kan in de huidige staat niet verzekerd worden en er geldt een boetebeding voor bewoning door derden zonder toestemming. De voorzieningenrechter acht de belangen van de bank en eigenaar zwaarwegend en wijst de vordering tot ontruiming toe met een termijn van drie weken.
De vorderingen van de krakers tot toelating van verdere bewoning, medewerking aan verzekering en vergoeding worden afgewezen vanwege gebrek aan belang, onvoldoende onderbouwing en het feit dat de bank professionele antikraakbewoning wenst. De krakers worden veroordeeld in de kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen een jaar tegen aanwezigen worden uitgevoerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de krakers tot ontruiming van het pand binnen drie weken vanwege hypotheekopzegging en verkoopbelangen.