Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam],
[naam],
geboren op [geboortedag] 1975, eiseres 2,
beiden van Sierraleoonse nationaliteit,
gezamenlijk te noemen eiseressen,
Procesverloop
Overwegingen
17 september 2008 is deze verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot
14 februari 2006, omdat eiseres 2 onjuiste gegevens heeft verstrekt, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid. Eiseres 1 is op grond van de onjuist verstrekte gegevens enige tijd in het bezit geweest van de Nederlandse nationaliteit. Op 16 oktober 2009 heeft eiseres 2, mede namens eiseres 1, een aanvraag gedaan om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Terwijl de onderhavige procedure in de bezwaarfase was, is eiseres 1 bij besluit van
29 januari 2014 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van Pro de Vw 2000 onder de beperking “gezinshereniging bij ouder”, met ingang van 14 oktober 2013 tot 25 september 2014. Bij besluit van 1 oktober 2013 is aan eiseres 2 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking “tijdelijke humanitaire gronden”, op grond van de regeling voor slachtoffers en getuigenaangevers van mensenhandel als bedoeld in paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000, met een geldigheidsduur van 14 oktober 2013 tot 25 september 2014. Eiseres 1 heeft een afgeleid verblijfsrecht van eiseres 2.
In het bestreden besluit verklaart verweerder dat wegens de aan eiseres 2 verleende verblijfsvergunning, het bij het primaire besluit van 2 augustus 2013 tegen haar uitgevaardigde inreisverbod vanaf de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning is opgeheven.
3. Op grond van paragraaf B22/3.1 van de Vc 2000, zoals deze paragraaf luidde ten tijde van de aanvraag, verleent verweerder op grond van de “overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen” een vergunning aan de vreemdeling die in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd:
Beslissing
mr. M.M. van Duren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op