Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], te [woonplaats], eiseres
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2014.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, gehuwd met een Nederlander sinds 2007, verzocht om naturalisatie op grond van artikel 7 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Verweerder wees het verzoek af omdat eiseres niet kon aantonen dat zij en haar echtgenoot drie jaar onafgebroken samenwoonden voorafgaand aan het primaire besluit.
De kern van het geschil betrof de periode van 15 oktober 2012 tot 21 mei 2013, waarin eiseres niet op hetzelfde GBA-adres als haar echtgenoot stond ingeschreven en zelfs tijdelijk op een ander adres was geregistreerd. Eiseres voerde aan dat zij feitelijk wel samenwoonden, onder meer door het huwelijk, verklaringen van haar echtgenoot, brieven over pogingen tot inschrijving en een verklaring van de huisbaas.
De rechtbank oordeelde dat de cumulatieve vereisten van artikel 8, tweede lid, RWN, namelijk drie jaar huwelijk en onafgebroken samenwoning, objectief en met objectiveerbare bewijsstukken moeten worden aangetoond. De verklaringen van de echtgenoot en de overige stukken waren onvoldoende om de feitelijke samenwoning te bewijzen. Ook het ontbreken van een hoorzitting was rechtmatig omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet heeft aangetoond dat zij drie jaar onafgebroken samenwoonde met haar Nederlandse echtgenoot.