Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van Ziggo met productie;
- de conclusie van antwoord van de Staat;
- het vonnis van deze rechtbank in de voegingsincidenten van 27 maart 2013;
- de aktes van Zeelandnet en Tele2 van 24 april 2013;
- de antwoordaktes van Ziggo (met productie) en van de Staat van 3 juli 2013;
- het proces-verbaal van de zitting van 28 november 2013;
2.De feiten en de toepasselijke regelgeving
Analoge televisie - belang van partijen
Kamerstukken II, 2002/03, 28 851, nr. 3, p. 2).
Kamerstukken II, 2010-11, 32 549, nr. 18 en
Kamerstukken II, 2010-11, 32 549, nr. 28).
Kamerstukken I, 2011-12, 32 549, E. p. 16-17).
Kamerstukken II, 2012-13, 32 549, nr. 49):
3.Het geschil
4.De beoordeling
Inleiding
inhoudelijkmeer te kiezen valt voor de consument. Hooguit zullen consumenten dezelfde standaardpakketten bij een concurrent kunnen aanschaffen voor een lagere prijs. Weliswaar dienen de thans bestreden bepalingen in zoverre een algemeen belang, maar de Staat kan zich in dit verband niet beroepen op de uitzondering van artikel 1 lid 3 kaderrichtlijn Pro. Immers, de Staat beoogt met deze bepalingen de concurrentie op de kabel te bevorderen, terwijl het juist aan het Europees mededingingsrechtelijk kader is om de concurrentie te bevorderen en het consumentenbelang te dienen. Voor een aparte rol van de nationale wetgever, naast de OPTA, thans ACM, is ingevolge het NRK geen plaats. Dit blijkt met name ook uit onderdeel 5 van de considerans van de Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 (PB L 337, blz. 37), waarin is overwogen dat met het NRK wordt beoogd ex ante regulering in de telecommunicatiesector steeds meer terug te brengen, zodat de sector uiteindelijk volledig wordt geregeerd door het algemene mededingingsrecht. Tot slot is van belang dat de OPTA eerder geen aanleiding heeft gezien in te grijpen op de Nederlandse televisiemarkt en dat het CBb dit standpunt heeft bevestigd. Gelet op dit alles wordt het beroep op artikel 1 lid 3 van Pro de kaderrichtlijn verworpen.
lid 1Telecommunicatiewet onverbindend moet worden verklaard. In zoverre zal de vordering van de kabelexploitanten worden afgewezen. De overige thans bestreden bepalingen zullen wegens strijd met het NRK onverbindend worden verklaard.
5.De beslissing
lid 2Telecommunicatiewet in strijd zijn met het NRK en bijgevolg onverbindend zijn;
lid 2Telecommunicatiewet in strijd zijn met het NRK en bijgevolg onverbindend zijn;