ECLI:NL:RBDHA:2014:10002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens over nationaliteit na taalanalyse
Eiser vroeg in 2001 asiel aan met de stelling dat hij uit Myanmar afkomstig was en tot de Rohingya-bevolkingsgroep behoorde. Hij kreeg een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en later voor onbepaalde tijd toegekend. Na twijfel over zijn herkomst, mede naar aanleiding van een aanvraag van zijn echtgenote tot gezinsvorming, liet de staatssecretaris verificatieonderzoeken en een taalanalyse uitvoeren.
De taalanalyse concludeerde dat eiser eenduidig tot de spraakgemeenschap van Bangladesh behoort en niet tot die van Myanmar. Op basis hiervan trok de staatssecretaris de verblijfsvergunning in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Eiser voerde aan dat alleen de taalanalyse onvoldoende bewijs was en stelde dat hij de taal Akyab sprak, een synoniem voor Rohingya.
De rechtbank oordeelde dat de taalanalyse zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat de door eiser aangevoerde bezwaren onvoldoende waren om het bewijs te weerleggen. Ook werd overwogen dat de intrekking louter reparatoir was en gericht op het herstellen van de rechtens juiste situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.