ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3798
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen ouders over asbestemming overleden zoon na crematie
Partijen, voormalige echtelieden, zijn in geschil geraakt over de asbestemming van hun zoon die in 2012 is overleden en gecremeerd. De crematie vond plaats in crematorium Meerbloemhof te Zoetermeer, waarbij de vader de opdracht gaf. De urn met de as bevindt zich nog in de algemene nis van het crematorium.
De moeder vordert dat zij de helft van de as van haar zoon krijgt, stellende dat het de vermoedelijke wens van de overledene was dat de as onder nabestaanden zou worden verdeeld. De vader wenst de urn met alle as bij te zetten in de urnenmuur van het colombarium op de begraafplaats te Zoetermeer.
De rechtbank oordeelt dat de vader als degene die het crematieverlof heeft aangevraagd, op grond van de Wet op de lijkbezorging bevoegd is de bestemming van de as te bepalen. Er is geen bewijs dat de overledene expliciete wensen heeft kenbaar gemaakt omtrent de asbestemming. De wens van de vader om de urn in het colombarium te plaatsen wordt als de meest zorgvuldige en piëteitsvolle oplossing gezien, die rekening houdt met de belangen van alle nabestaanden.
De vorderingen van de moeder worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen van de moeder worden afgewezen en de vader mag de asbestemming bepalen.