ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging behoud Nederlandse nationaliteit ondanks diplomatieke status vader bij Surinaamse onafhankelijkheid
Verzoeker, geboren in 1969 in Suriname als zoon van Nederlandse ouders, vroeg de rechtbank vast te stellen dat hij vanaf zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit. De vader van verzoeker was diplomaat bij de Surinaamse ambassade in Nederland tijdens de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, wat leidde tot een complexe situatie omtrent nationaliteit.
De IND betwistte het verzoek en stelde dat de vader van verzoeker op 25 november 1975 feitelijk in Nederland verbleef en daarom de Nederlandse nationaliteit behield, maar dat hij daarna voor de Surinaamse nationaliteit heeft gekozen. Volgens de IND volgde verzoeker hierdoor de Surinaamse nationaliteit van zijn vader. De rechtbank oordeelde echter dat de diplomatieke status van de vader een uitzonderlijke situatie creëerde, waarbij formeel een woonplaats in Suriname werd toegekend ondanks feitelijk verblijf in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat de redelijke uitleg van de toescheidingsovereenkomst (TOS) inhoudt dat verzoeker de nationaliteit moet behouden die hij zou hebben gehad indien hij op 25 november 1975 meerderjarig was geweest, namelijk de Nederlandse nationaliteit. Er was geen bewijs dat verzoeker deze nationaliteit nadien had verloren. Daarom werd het verzoek toegewezen en vastgesteld dat verzoeker vanaf zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit.
Uitkomst: Verzoeker bezit vanaf zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit ondanks de diplomatieke status van zijn vader bij de onafhankelijkheid van Suriname.