ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2613

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
427625 - FA RK 12-7136
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 10:19 Burgerlijk WetboekBesluit burgerlijke stand 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot doorhaling geboorteakte en wijziging voornamen minderjarige

Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot doorhaling van de geboorteakte van haar minderjarige kind en wijziging van de voornamen. Zij wilde onder meer dat de achternaam van het kind en de moeder werd aangepast en dat een nieuwe geboorteakte werd opgemaakt zonder de eerdere vermeldingen. De ambtenaar van de burgerlijke stand voerde verweer en stelde dat de geboorteakte correct was en conform de geldende wet- en regelgeving.

De rechtbank overwoog dat het belang van rechtszekerheid en het vastleggen van de historische en juridische werkelijkheid zwaarder weegt dan het belang van verzoekster. De ambtenaar had volgens de rechtbank juist gehandeld door latere vermeldingen toe te voegen aan de geboorteakte. Daarnaast werd het verzoek tot wijziging van de voornamen afgewezen omdat onvoldoende zwaarwichtig belang was aangetoond en de wijziging in klank geen verschil maakt in het maatschappelijk verkeer.

De rechtbank wees het verzoek tot doorhaling van de geboorteakte en wijziging van de voornamen af en bevestigde dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek. De beschikking werd uitgesproken op 25 februari 2013 door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk.

Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling van de geboorteakte en wijziging van de voornamen van de minderjarige wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-7136
Zaaknummer: 427625
Datum beschikking: 25 februari 2013
Doorhaling akte burgerlijke stand
Beschikking op het op 18 september 2012 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
optredend voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van na te noemen minderjarige,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. B.A.A. Adonai-Ohachu te 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand
zetelend te [naam gemeente],
hierna: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief d.d. 27 september 2012 van de zijde van de ambtenaar;
- het faxbericht d.d. 31 oktober 2012 van de zijde van verzoekster.
Op 10 december 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster met haar advocaat en de ambtenaar in de persoon van J.C. Jansen Verplanke en J. Oemar. Verzoekster heeft ter terechtzitting haar verzoek gewijzigd in die zin dat onder 5.1.1. a in plaats van "[geslachtsnaam erkenner]" is vermeld "[geslachtsnaam moeder]". Van de zijde van verzoekster zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek en verweer
Het verzoek -zoals dat thans luidt- strekt tot doorhaling van de geboorteakte nummer [aktenummer] van het jaar 2007, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente
[naam gemeente] op 4 oktober 2007 en tot het gelasten van de ambtenaar een nieuwe geboorteakte op te maken waarin:
a. ten aanzien van het kind de achternaam "[geslachtsnaam 1]" niet meer voorkomt, doch slechts de achternaam "[geslachtsnaam moeder]";
b. ten aanzien van de moeder van het kind de achternaam "[geslachtsnaam 1]" niet meer voorkomt, doch slechts de achternaam "[geslachtsnaam moeder]";
c. ten aanzien van de moeder van het kind de voornaam "[voornaam 1]" niet meer voorkomt, doch slechts de voornamen "[voornamen ]";
d. de in de akte vermelde geboorteplaats van de moeder van het kind "[geboorteplaats 1]" niet meer voorkomt, doch uisluitend de plaats "[geboorteplaats 2]";
e. de in de akte vermelde geboortedatum van de moeder van het kind "[geboortedatum 1]" niet meer voorkomt, doch uitsluitend de geboortedatum "[geboortedatum 2]",
en te gelasten dat de griffier de beschikking zo spoedig mogelijk verzendt naar de ambtenaar.
Voorts strekt het verzoek tot wijziging van de voornamen van het kind "[voornamen 1]" in "[voornamen 2]", en te gelasten dat de ambtenaar van deze wijziging een nieuwe geboorteakte opmaakt, onder doorhaling van het aktenummer [aktenummer], en te gelasten dat de griffier de beschikking zo spoedig mogelijk verzendt naar de ambtenaar.
De ambtenaar voert verweer, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.
Feiten
- Voormelde geboorteakte relateert de geboorte van [de minderjarige], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], (hierna: het kind) uit [verzoekster].
- Voormelde akte bevat van een latere vermelding betreffende erkenning, aktenummer [aktenummer], opgemaakt te [naam gemeente] op 29 mei 2008, waaruit blijkt dat het kind met toestemming van de moeder, is erkend door [naam erkenner], en dat het kind daarmee de geslachtsnaam [geslachtsnaam erkenner] heeft verkregen.
- Voormelde akte bevat tevens een latere vermelding betreffende een verbetering opgemaakt op 18 juni 2009 op last van een uitspraak d.d. 9 maart 2009 van deze rechtbank, waardoor ondermeer de geslachtsnaam van het kind is gewijzigd in [geslachtsnaam moeder] en de voornamen en geslachtsnaam van de moeder in [voornamen ] en [geslachtsnaam moeder].
- De geboorteakte is op 18 juni 2009 eveneens en ondermeer verbeterd ten aanzien van de plaats en dag van geboorte van de moeder van het kind.
- Verzoekster en de minderjarige zijn Burger van Nigeria.
Beoordeling
Doorhaling van de akte van de burgerlijke stand
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Nu het verzoek strekt tot doorhaling van een in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen akte zal Nederlands recht worden toegepast.
Als grondslag voor het verzoek wordt gesteld dat de geboorteakte van het kind onjuiste gegevens bevat, welke gegevens ook door middel van inmiddels gerealiseerde latere vermeldingen niet kunnen worden hersteld. De rechtbank begrijpt verzoekster aldus dat zij er bezwaar tegen heeft dat uit de geboorteakte van de minderjarige de geschiedenis van de verbetering van de personalia van de minderjarige te herleiden valt.
De ambtenaar heeft aangevoerd dat hij door het plaatsen van latere vermeldingen op de geboorteakte heeft voldaan aan het Besluit burgerlijke stand 1994 (Bbs 1994) en dat de geboorteakte van het kind in overeenstemming is met de ter zake geldende wetgeving zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnnen opgenomen in het Besluit burgerlijke stand 1994. De geboorteakte is niet ten onrechte in de registers van de ambtenaar opgenomen, zodat ook in die zin geen grond bestaat voor doorhaling. Aanvulling van zijn register met een nieuwe akte is niet mogelijk omdat geen sprake is van een in het register ontbrekende akte. Dat de geboorteakte van het kind de huidige vorm heeft valt uitsluitend verzoekster te verwijten, aldus de ambtenaar. De ambtenaar merkt voorts op dat hij zich ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de voornamen van het kind niet als belanghebbende beschouwt en dat een dergelijke wijziging ook slechts uitsluitend kan leiden tot een volgende latere vermelding op de geboorteakte [aktenummer].
De rechtbank overweegt als volgt.
Voor zover verzoekster heeft bedoeld te stellen dat zij c.q. de minderjarige door de handelwijze van de ambtenaar in haar belangen wordt c.q. worden geschaad, stelt de rechtbank voorop dat de burgerlijke stand tot doel heeft inzicht en zekerheid te verschaffen ten aanzien van de burgerlijke staat van personen. Het (algemeen) belang om de historische en juridische werkelijkheid zowel vast te leggen als vast te houden weegt zwaarder dan het belang van verzoekster c.q. de minderjarigen bij verbetering van de geboorteakten (zie ook HR 20 oktober 1995, NJ 1996, 174, LJN: ZC1853). De rechtbank constateert dat de ambtenaar door het toevoegen van latere vermeldingen aan de geboorteakte van de minderjarige op de juiste wijze heeft voldaan aan de wettelijke en ambtelijke richtlijnen.
De ambtenaar heeft overigens ter terechtzitting aangegeven dat verzoekster de mogelijkheid heeft om een meertalig uittreksel van de geboorteakte van de minderjarige te verkrijgen. In dit meertalige uittreksel wordt slechts de huidige situatie weergegeven, zonder dat daaruit te herleiden valt hoe tot de huidige persoonsgegevens van de minderjarige gekomen is, zoals verzoekster kennelijk wilde.
De verzoeken als hiervoor vermeld onder a tot en met e zullen derhalve worden afgewezen.
Wijziging voornamen van de minderjarige
Verzoekster heeft eveneens een verzoek gedaan tot wijziging van de voornamen van de minderjarige, naar de rechtbank begrijpt, op grond van artikel 1:4, vierde lid, BW. Daarnaast verzoekt zij in verband met deze wijziging van de voornamen de ambtenaar te gelasten een nieuwe geboorteakte op te maken, zulks onder doorhaling van de akte met nummer [aktenummer].
Op het verzoek tot voornaamswijziging is ingevolge artikel 10:19 BW Pro Nigeriaans recht van toepassing. Het is de rechtbank bekend dat niet te achterhalen is of een voornaamswijziging naar Nigeriaans recht mogelijk is. De rechtbank is derhalve van oordeel dat ook op dit verzoek Nederlands recht dient te worden toegepast.
De rechtbank is, zoals hiervoor reeds is overwogen, van oordeel dat de geboorteakte van de minderjarige niet ten onrechte in het register van de ambtenaar voorkomt, zodat geen aanleiding bestaat voor doorhaling van deze akte.
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. Gesteld noch gebleken is dat verzoekster bij de aangifte van de geboorte van de minderjarige andere namen aan de ambtenaar heeft opgegeven dan die in de akte zijn vermeld of dat het de bedoeling van verzoekster was dat de in de geboorteakte vermelde namen anders gespeld hadden moeten worden. Overigens zal de minderjarige in het maatschappelijk verkeer, doordat de gegeven namen in klank niet verschikken van de thans gewenste namen, er geen hinder van ondervinden wanneer er geen voornaamswijziging plaatsvindt.
De rechtbank zal het verzoek tot voornaamswijziging gelet op het voorgaande eveneens afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, bijgestaan door
V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 februari 2013.