ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1630
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens nieuw gebleken feit Eritrese nationaliteit
Verzoeker diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen omdat verzoeker niet geloofwaardig had gemaakt de Eritrese nationaliteit te bezitten. Tegen dit besluit was reeds beroep ingesteld en hoger beroep ongegrond verklaard. Verzoeker legde een nieuwe aanvraag voor met verklaringen van de Eritrese ambassade die een onderzoek bevestigen waaruit blijkt dat verzoeker de Eritrese nationaliteit bezit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze verklaringen een nieuw gebleken feit vormen, omdat zij na het eerdere besluit zijn verkregen en niet eerder konden worden overgelegd. De authenticiteit van de documenten is bevestigd door de Koninklijke Marechaussee. Verweerder heeft ten onrechte het nieuwe besluit afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens schending van de motiveringsplicht en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij nader onderzoek kan worden verricht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag.