ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij invoer van 575 kilo cocaïne
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van circa 575 kilogram cocaïne via een container die in de haven van Antwerpen werd onderschept.
Het onderzoek omvatte onder meer observaties, telefoontaps en forensische analyse van de cocaïne. De officier van justitie stelde dat verdachte samenwerkte met medeverdachten en wetenschap had van de cocaïne, onder meer op basis van e-mails en verklaringen van medeverdachten.
De verdediging betoogde dat verdachte geen actieve rol had bij de invoer en geen wetenschap had van de cocaïne. De rechtbank oordeelde dat verdachte wel betrokken was bij legale zendingen die dienden om vertrouwen te wekken, maar dat niet kon worden vastgesteld dat zij actief betrokken was bij de container met cocaïne of daarvan op de hoogte was.
De verklaringen van medeverdachten waren tegenstrijdig en het bewijs van e-mails was onvoldoende om vast te stellen dat verdachte deze zelf verstuurde. Gezien de onzekerheden sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd beslag op geldbedragen teruggegeven en bepaalde voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Het vonnis werd uitgesproken op 4 maart 2013 door een meervoudige strafkamer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van actieve betrokkenheid bij de invoer van 575 kilo cocaïne.