ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0735
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en ontbreken reisdocumenten
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op vrees voor het geheime genootschap van Soweh in haar land van herkomst. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster geen documenten overlegde ter onderbouwing van haar reisroute en haar asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was.
Verzoekster stelde dat zij slachtoffer was van mensenhandel en daarom geen reisdocumenten had, en dat verweerder ten onrechte geen beëdigde tolk Krio had ingezet tijdens de gehoren. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet verplicht was een beëdigde tolk in te zetten indien deze niet beschikbaar was, mits het besluit goed gemotiveerd was. Dit was hier het geval.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan haar was toe te rekenen. De verklaringen van verzoekster vertoonden inconsistenties, onder meer over de datum en wijze van vertrek uit Sierra Leone. Verweerder mocht daarom het asielrelaas ongeloofwaardig achten.
De voorzieningenrechter besloot dat het beroep ongegrond was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.