ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging architectenovereenkomst en redelijkheid en billijkheid
Partijen sloten een architectenovereenkomst voor de herontwikkeling van een woongebouw waarbij het honorarium was vastgesteld op €100.000 exclusief BTW. De woningstichting (MW) besloot na het voorlopig ontwerp het project niet voort te zetten vanwege hoge bouwkosten en onrendabele top, en gaf geen opdracht voor de volgende fase aan de architect ([X]).
[X] vorderde dat de opzegging onaanvaardbaar was wegens het ontbreken van een deugdelijke reden en onvoldoende rekening houden met haar belangen, en eiste schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat volgens de overeenkomst MW te allen tijde kon besluiten een fase niet aan [X] toe te wijzen, zonder dat een gewichtige reden vereist was.
De rechtbank verwierp het betoog van [X] dat er een mondelinge toezegging was dat zij het gehele project zou uitvoeren, omdat dit niet schriftelijk was vastgelegd. Ook was het honorarium voor de uitgevoerde werkzaamheden conform de overeenkomst betaald. De vorderingen van [X] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat MW gerechtigd was de opdracht voor de volgende projectfase niet aan [X] te verstrekken en wijst de vorderingen van [X] af.