ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens niet-rechtsgeldig islamitisch huwelijk
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om vaststelling dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van het islamitisch huwelijk van haar ouders. Haar ouders zijn in 1975 in Indonesië een islamitisch huwelijk aangegaan, waarna verzoekster in 1983 werd geboren. De vader was op dat moment Nederlander, de moeder niet.
De rechtbank beoordeelde of het islamitisch huwelijk rechtsgeldig was volgens Indonesisch recht. Het ontbreken van een huwelijksakte van een bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand en een verklaring van Indonesische autoriteiten dat geen rechtsgeldig huwelijk bestond, leidde tot de conclusie dat het islamitisch huwelijk niet rechtsgeldig was. Hierdoor kon verzoekster niet automatisch de Nederlandse nationaliteit van haar vader verkrijgen.
Verder werd overwogen dat verzoekster in 2002 meerderjarig was toen zij door haar vader werd erkend, waardoor erkenning geen nationaliteitsgevolg had. Ook het feit dat haar broers wel in het paspoort van de vader waren bijgeschreven, bood geen grond voor het toekennen van het Nederlanderschap aan verzoekster.
De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoekster niet voldeed aan de limitatieve voorwaarden voor verkrijging van de Nederlandse nationaliteit volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
De beschikking werd op 25 april 2013 in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. van der Helm.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldig islamitisch huwelijk en erkenning na meerderjarigheid.