ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijheid van meningsuiting bij gebruik term 'lijkt een oplichter' op internet
De zaak betreft een geschil tussen [A] cs, eigenaar van Sports 24, en [B], die op zijn website een publicatie plaatste met de term 'lijkt een oplichter' gericht aan [A] cs. [A] cs vorderden een verbod op verdere negatieve uitingen en verwijdering van de publicatie wegens onrechtmatigheid.
De rechtbank weegt het recht op vrijheid van meningsuiting van [B] af tegen de reputatieschade van [A] cs. De term 'oplichter' is een zware beschuldiging, maar het gebruik met het voorbehoud 'lijkt' stelt minder strenge eisen. De publicatie is gebaseerd op ervaringen van [B] en vele andere klanten die niet geleverd kregen waarvoor zij betaalden, wat ontegenzeggelijk tot gedupeerde klanten heeft geleid.
Gezien het grote aantal klachten en de lange periode waarin deze problemen spelen, oordeelt de rechtbank dat de grenzen van zorgvuldigheid niet zijn overschreden. De reputatieschade weegt niet op tegen het belang van het aan de kaak stellen van het duperen van klanten. De vordering van [A] cs wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de publicatie met de term 'lijkt een oplichter' niet onrechtmatig is.