ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Borkent
- J.M. Ghrib
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs seksueel binnendringen tijdens bewusteloosheid
De rechtbank Den Haag behandelde op 28 maart 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van seksuele handelingen, waaronder seksueel binnendringen, bij een aangeefster die in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 14 maart 2013 werden verklaringen van de aangeefster, verdachte en getuige gehoord. De aangeefster kon zich niet herinneren wat er precies was gebeurd, terwijl getuige verklaarde verdachte mogelijk seksueel contact te hebben zien maken met de aangeefster terwijl zij sliep. Verdachte stelde dat het contact vrijwillig was geweest.
De verdediging voerde aan dat de aangifte onbetrouwbaar was door procesrechtelijke schendingen en dat er een alternatief scenario mogelijk was van vrijwillige seks. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ontoelaatbare druk of bewijsuitsluiting en dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij en wees de vordering tot schadevergoeding af wegens de vrijspraak. Tevens werd de teruggave van inbeslaggenomen goederen gelast en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel binnendringen tijdens bewusteloosheid.