ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8751
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesbetaling in persoon bij aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser de leges niet in persoon had voldaan, ondanks uitnodiging om dit te doen. Eiser betoogde dat deze voorwaarde een nieuwe beperking vormt in strijd met artikel 41, eerste lid, Aanvullend Protocol en dat hij niet verplicht was de leges in persoon te voldoen.
De rechtbank overwoog dat het vereiste van legesbetaling in persoon geen strengere voorwaarden stelt aan vestiging en verblijf van Turkse onderdanen en dat het niet leidt tot extra kosten of administratieve lasten. Tevens wees de rechtbank het argument af dat er sprake is van een wezenlijk onderscheid tussen Turkse onderdanen en Unieburgers bij de wijze van legesbetaling. De rechtbank concludeerde dat geen nieuwe beperking in de zin van het Aanvullend Protocol is vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen door de hoofdzaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.