ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- D.A. Schreuder
- J.W. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Van Anraat voor schade door mosterdgasbombardementen in Irak en Iran
Deze civiele einduitspraak betreft vier afzonderlijke zaken tegen F.C.A. van Anraat, aangespannen door zeventien slachtoffers van mosterdgasbombardementen in de jaren tachtig in Irak en Iran. De eisers, burgers die tijdens de bombardementen in de getroffen steden verbleven, vorderen schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van Van Anraat, die thiodiglycol leverde voor de productie van mosterdgas.
De rechtbank baseert zich op het onherroepelijke arrest van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 9 mei 2007, waarin Van Anraat werd bewezen dat hij opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft voor oorlogsmisdrijven. De vorderingen van de eisers uit Irak worden beoordeeld naar Iraaks recht, die van de eisers uit Iran naar Iraans recht. Deskundigen zijn geraadpleegd over verjaring en aansprakelijkheid in beide rechtsstelsels.
De rechtbank oordeelt dat Van Anraat onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade van de eisers, behalve voor één eiser uit Irak wiens vordering is verjaard. De overige eisers krijgen een vergoeding van €25.000 voor immateriële schade, met rente, en aansprakelijkheid voor overige schade wordt erkend. Proceskosten worden aan Van Anraat opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Van Anraat wordt aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan slachtoffers van mosterdgasbombardementen, met uitzondering van één verjaarde vordering.