ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van 575 kilogram cocaïne via Antwerpen en Nederland
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van het medeplegen van de invoer van ongeveer 575 kilogram cocaïne in Nederland via de haven van Antwerpen. Het onderzoek toonde aan dat verdachte een cruciale rol vervulde binnen een criminele organisatie die meerdere containers vervoerde, waarbij zes containers met legale goederen als oefening dienden om vertrouwen te kweken bij autoriteiten en expediteurs.
Verdachte was verantwoordelijk voor het materieel en het vervoer over de weg van de container met de cocaïne. Hij was nauw betrokken bij de inklaring en het transport en had intensief contact met medeverdachten die verschillende taken hadden binnen de organisatie. Ondanks zijn latere poging om zich terug te trekken, oordeelde de rechtbank dat het misdrijf op dat moment reeds was voltooid en dat zijn handelingen niet getuigen van vrijwillige terugtred.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met anderen, waaronder de opdrachtgever en tussenpersonen, en dat hij opzettelijk de cocaïne binnenbracht. Gelet op de ernst van het feit, de omvang van de partij cocaïne en de maatschappelijke impact, werd een gevangenisstraf van vier jaar opgelegd, rekening houdend met de coöperatieve houding van verdachte die openheid van zaken gaf en medeverdachten noemde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van 575 kilogram cocaïne.