ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag getuige ICC wegens onjuiste toepassing Vluchtelingenverdrag
Eiser, een getuige voor het International Criminal Court (ICC), diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze af met het argument dat het ICC eiser beschermt tegen terugkeer naar zijn land van herkomst en op zoek is naar een veilig derde land voor relocatie, waardoor geen gegronde vrees voor vervolging zou bestaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte de bescherming door het ICC als reden gebruikte om de asielaanvraag af te wijzen. Volgens de rechtbank volgt uit het Vluchtelingenverdrag niet dat vluchtelingenstatus afhankelijk is van terugkeer naar het land van herkomst of het ontbreken van bescherming in een derde land. De rechtbank stelde dat verweerder de aanvraag niet inhoudelijk heeft beoordeeld en dat het standpunt van verweerder in strijd is met de systematiek van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde zij verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt dat bescherming door het ICC geen uitsluitingsgrond is voor vluchtelingenstatus en dat de asielaanvraag zorgvuldig inhoudelijk moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.